WONEN IN HET LANDSCHAP

    Opdrachtgever:
    Waalwaardwonen

    Jaar:
    2012

    Status:
    Ontwerp

    In samenwerking met:
    Verhoeven de Ruijter

    Het landschap is gevormd onder invloed van de rivier de Waal. De ontginningsstructuur van het gebied vormt nog altijd de basis van de huidige ruimtelijke structuur. Het plangebied ligt als een kavel in een ontginningsgebied, waarbij de percelen zijn opgespannen tussen weteringen. De weteringen scheiden het gebied met het noordelijk gelegen komgebied en de zuidelijke percelen. De eerste is open, wijds en nat met een grootschalige verkaveling. De tweede ligt hoger op een oude stroomrug en heeft een kleinschaliger verkaveling met een gesloten, introvert, groen karakter. Alle percelen hebben een voornamelijk lange, strekkende maat. De perceelafscheiding sluit grotendeels aan op de ontginningsstructuur in de vorm van brede of smallere sloten en houtwallen.

    De aanliggende straten bestaan met name uit begeleidende lintbebouwing in voornamelijk boerenerven. Zij kenmerken zich door een afwisselend straatbeeld van bebouwde, onbebouwde (weiland/akkerbouw) percelen en percelen in gebruik als laag- of hoogstam boomgaard. Hierdoor ontstaat een afwisselend beeld van begeleidende bebouwing en doorzichten naar het achtergelegen landschap.

    De gehele kavel zien we als afgebakende eenheid. De bestaande ontginningspatroon van het plangebied worden met beplanting begeleidt, dit kan zowel een houtwal zijn als een boomsingel. Zo blijft het karakteristieke ontginningspatroon intact. Binnen de groene randen is bebouwing enkel mogelijk als deze opgenomen wordt in een groene setting. We zien drie sferen voor ons, geënt op de lokale landschappelijke kwaliteiten. Een nieuw gevarieerd landschap draagt juist bij aan het huidige leefgebied van de steenuil. De huidige inrichting van het gebied is niet interessant. Met behoud van de nestgelegenheden kan de steenuil in de te ontwikkelen opgaande beplanting foerageren.

    “Op de woerd” gaat uit van een sterke wisselwerking tussen de architectuur en het landschap. Met het aanbrengen van hoogteverschillen krijgt het gebied een kleinschalig karakter. De weg slingert door het gebied en schakelt alle bouwvelden aan elkaar. Ieder bouwveld kan zijn eigen woningtypologie krijgen, waardoor ruime flexibiliteit ontstaat in het woningbouwprogramma. Binnen het bouwveld kunnen de woningen op elk gewenste manier geschakeld worden, waardoor sociale woningen,

    zorgappertementen of duurdere huur/koop ieder een plek kunnen krijgen in het landschap. Om dit landschap zo sterk mogelijk te maken, wordt parkeren gezocht onder de bebouwing. Zoals de visie beschrijft kent dit gebied drie landschappelijke sferen. Voorin een halfopen, parkachtig karakter. In het midden gaat dit over naar wonen in een elzen- essenbos. In sommige bouwvelden gaan verandawoningen over in het landschap, andere bouwvelden hebben een tuin met een lage haag.

    De ontwerpvariant “In de boskamer” gaat uit van een letterlijke driedeling in landschappelijke sferen. Aan de straat ligt een boerenerf, aansluitend op de naastgelegen erven. De bebouwing begint op afstand van de straaat. Het erf is bijzonder geschikt voor sociale woningbouw of (zorg-)appartementen. Eenmaal over het erf kom je in een andere, besloten wereld. Hier wordt uitgegaan van een essen-elzenbos. Het pad eindigt in een bijzondere kavel achterin het perceel. Op dit eiland, omgeven door water (retentie), liggen twee bijzondere woningen.